Honing

Honing is een zoet vloeibaar goedje, dat wordt aangemaakt door de bij.

Hoe wordt honing gemaakt?

In de bloemenvelden begint het maken van honing. Het goedje waaruit honing ontstaat heet floëem sap. Dat is een zoetige sap dat door een proces in de ‘nectarklieren’ wordt afgescheiden. Deze klieren bevinden zich in de bloem. Vervolgens zuigen de honingbijen de nectar uit de bloemkelken. De nectar vangen ze op in hun honingzak. Nadat dit is gebeurd, vliegt de bij naar de plaats waar hij de honing maakt: de honinggraat. Ondertussen geeft de bij aan de andere bijen door waar hij zijn nectar heeft gevonden. Dit doet de bij door in patronen te vliegen. De patronen geven aan of de bloem met nectar en stuifmeel dichtbij of ver is. Om er voor te zorgen dat de andere bijen bij dezelfde nectar komen, geeft de bij een beetje nectar aan de andere bijen. Dit doen ze zodat de andere bijen kunnen ‘proeven’ welke nectar ze moeten hebben.

In de honinggraat zuigen de werkbijen de nectar op en kauwen er vervolgens op. Hierdoor komt er een proces opgang. De suiker die in de nectar zit verandert in glucose, fructose en sacharose. De bijen spuiten deze nectar in de honinggraten. De honinggraten, gemaakt van bijenwas, zijn op dat moment nog nat. De graten worden met de vleugels van de bij droog gewapperd. Wat overblijft is dikke, stroperige honing. Elke met honing gevulde cel, wordt afgedekt met een ‘propje’ bijenwas.

Maar hoe gaat het daarna? Tijd voor de imker, de bijenhouder, om in actie te komen. De imker haalt de honinggraten uit de bijenkast. In de honingfabriek worden de honinggraten één voor één door een machine gehaald. De laatste restjes gaan met de hand. Vervolgens gaan de honinggraten in een soort centrifuge. Door het ronddraaien, wordt alle honing uit de cellen geslingerd. Ten slotte wordt de honing gezeefd om de laatste restjes eruit te halen. (Janssen, 2003)

Bronnen:

Janssen, F. (2003, September 11). Honingkunde. Wageningen.