Bijengif

De wetenschappelijke naam van bijengif is Apium venunum. Na een bijensteek blijft de angel in de huid achter. Deze angel blijft ongeveer tien minuten gif injecteren. Na het steken ontstaat er rondom de wond een wit kringetje van ongeveer een cm in doorsnee. Dit is een normale afweerreactie. Daarna vormt zich een rode vlek, ook wel de melkweg genoemd (Engels: galaxy). Vervolgens komt er een rode zwelling (Simics). De eerste steek kan een heftig effect geven, zoals hoofdpijn, veel zwelling en jeuk.

(Dekker, 2003) Met de wetenschap dat reumatische aandoeningen bij imkers zelden voorkomen (ook in minder ernstige vormen), heeft men veel aandacht besteed aan de werking van bijengif tegen reuma. Bijengif kan op de volgende vier verschillende manieren worden toegediend:

• Door middel van bijensteken.
• Door middel van injecties.
• Door middel van toediening van bijengif op de bekende zenuwpunten.
• Door middel van lokale behandeling en massage met zalven waarin bijengif is verwerkt.

(Imkerverenigingen en - bonden, 2003) Over het algemeen wordt aangenomen dat directe toediening van vers bijengif dat d.m.v. bijensteken de beste resultaten geven. Naast deze manier van toedienen is het ook mogelijk om het gif via een speciale zalf toe te dienen, deze zal wordt snel in het weefsel opgenomen en geeft vaak goede resultaten tegen bijvoorbeeld artritis.

Het therapeutische effect van bijen, bijenproducten, bijensteken en bijengif zijn sinds mensen- heugenis bekend. In de natuurgeneeskunde en homeopathie worden vermalen bijen, vermalen angels (Apisinum) en met alcohol geëxtraheerde bijen (Apis mellifica) in respectievelijk vet (Komolafe), poederverdunning en alocholverdunning gebruikt, uitwending en inwendig. Bijengif zet aan tot een productie van cortison, het bijnierschorshormoon. Dit hormoon is verantwoordelijk voor veel effecten. In het kader hieronder is weergegeven welke effecten (invloeden) bijengif heeft.

Bijengif heeft invloed op

Door bijengif kunnen de volgende situatie zich voordoen (Vermeer, 1999), (Boonstra, 2005), (Imkerverenigingen en - bonden, 2003):
• De bloedvoorziening van het weefsel, de doorlaatbaarheid en de stofwisseling van de celmembranen.
• Verwijding van de bloedvaten en daling van de bloeddruk.
• Pijn verminderend (oplossen van melkzuur in het weefsel).
• Invloed op het zenuwstelsel en heeft een positieve werking op spieren (spierversoepelend), pezen en gewrichten (door het oplossen van melkzuur in het weefsel).
• Gunstige invloed op reuma (bijengif stimuleert de vorming van cortison).

Samenstelling van bijengif

Bijengif bestaat voornamelijk uit de volgende stoffen (Boonstra, 2005), (Imkerpedia), (Imkerverenigingen en - bonden, 2003):

Stof

Aandeel in bijengif

Eigenschappen

Mellitine

40 – 60 %

Reinigingseffect, bacteriën dodend, veroorzaakt pijn en jeuk. Volgens onderzoek ontstekingsremmend effect.

Fosfolipase

10 – 12 %

Splitsen van verschillende stoffen.

Apamine

2 – 3 %

Ontstekingsremmend, giftig voor het centrale zenuwstelsel.

MCD- peptide

2 %

Zorgt ervoor dat histamine vrijkomt.

Histamine

1 %

Rol in maag-darmkanaal, neurotransmitter en functie in afweersysteem.

Overige stoffen
Overige stoffen die ook voorkomen in bijengif zijn:
• Secapine
• Hyaluroidase
• Zure fosfomonoesterase
• Lysofosfolipase
• Glucosidase
• Dopamine
• Nodrenaline en vele andere (Simics)

Het gebruik van bijengif is af te raden bij de volgende situaties:
• Suikerziekte
• Nieraandoening
• Jonge kinderen
• Allergie voor bijengif; na één steek al kans op doodgaan

Gevolgen bijengif

Kleine hoeveelheid bijengif is opwekkend, maar bij teveel kunnen hartkloppingen optreden en slapeloosheid, vergelijkbaar met het effect van te veel koffie. Ook meer of minder urineproductie kan een gevolg zijn. Teveel steken achter elkaar kunnen in het begin tot jeuk leiden in het gehele lichaam. Dit is geen allergische reactie en komt ook niet voor bij het gebruik van gezuiverd gif.

 

Overige gebruikte literatuur:

Simics, Mihaly. Bee Venom: Exploring the Healing Power. Apitronic Publishing. Richmond, B.C., Canada. 77 pp. 1994.

Riches, Harry R.C. Medical aspects of beekeeping, p. 5- 60. HR Books, Northwood, U.K. 86pp. 2000.

Komolafe, Kolawole. 1995. Medicinal value of honey in Nigeria. In: Sommeijer, M. J., J. Beetsma, W-J. Boot, E- J. Robberts and R. de Vries, Eds. Perspectives for honey production in the tropics, p. 139-149. Netherlands Expertise Centre for Tropical Apicultural Resources

(NECTAR). 274 pp. 1997. & Voorhoeve B.V., Zwolle. 539 pp. Baldi Dekker. Bijensteektherapie MS. BIJEN 12(2), Pagina 50-51. 2003.