Koninginnegelei

(Honing Gezond, 2012-2014) Koninginnegelei (Royal Jelly) is een stof die door de werksters wordt afgescheiden en wordt gemengd met honing en bijenpollen. Koninginnegelei wordt gebruikt voor het voeden van alle larven in de eerste drie dagen en daarna voor het voeden van de koninginnelarf gedurende de rest van haar ontwikkelingsperiode en leven (Imkerij De Biesbosch). Het koninginnegelei wordt voor veel aandoeningen gebruikt en is een zeer effectief biologisch product dat geen schadelijke gevolgen kent (Imkerij De Biesbosch).

Stoffen in koninginnegelei:

(Honing Gezond, 2012-2014) In koninginnegelei zitten veel waardevolle stoffen waaronder antioxidanten en vitaminen. De vitaminen die voornamelijk in koninginnegelei zitten zijn de vitamine B5 en B6. Hieronder een duidelijk overzicht van de stoffen die in koninginnegelei voorkomen:

Stoffen

Aandeel in bijengif

Pantontheenzuur (Vit. B3)

110 – 320 g

Thiamine (Vit. B1)

1,2 – 18 g

Roboflavine (Vit. B2)

48 – 125 g

Nicotamine (Vit. B5)

48 – 125 g

Pyrodoxine (Vit. B6)

2,2 – 50 g

Inositol (Vit. B7)

78 – 150 g

Biotine (Vit. B8)

1,6 – 4,1 g

Folischzuur (Vit. B9)

0,16 – 0,5 g

Cobalamine (Vit. B12)

Niet bekend

Naast deze stoffen is er nog meer te vertellen over de samenstelling van koninginnegelei. Een analyse van koninginnegelei naar R.B. Wilson geeft het volgende aan:

Samenstelling

Hoeveelheid

Water

65,05%

Eiwit

12,34%

Vet

6,46%

Koolhydraten

12,49%

Mineralen

0,82%

Onbekende stoffen

2,84%

Vitaminen

A, B1, B2, B3, B5, B6, B7, B8, B9, B12, C, D, E, PP, Biotinem, Inostitol en Foliumzuur

Koninginnegelei bevat 2,8% niet geïdentificeerde stoffen. 

Overige stoffen

(Imkerij De Biesbosch) Overige stoffen die ook voorkomen in koninginnegelei:

• Natrium
• Ijzer
• Kalium
• Chroom
• Mangaan
• Nikkel
• Calcium
• Koper
• Fosfor
• Silicium
• 30 aminozuren

Een aantal van de aminozuren die in de eiwitten voorkomen zijn: Isoleucine, Leucine, Lysine, Mehionie, Phenylalanie, Threoine, Tryptofaan en Valine.

Koninginnegelei wordt aanbevolen bij:

• Tekorten in het lichaam van vitaminen, aminozuren en mineralen (bij bijvoorbeeld chemotherapie en vermageringsdieet)
• Aanstaande moeders (vooral in de eerste maanden van de zwangerschap)
• Tijdelijke (over)vermoeidheid
• Zware geestelijke of lichamelijke inspanning
• Sportieve prestaties
• Maag-, lever- en spijsverteringsstoringen
• Storingen in de luchtwegen
• Stress, slapeloosheid, depressies
• Bestrijding van ouderdomsverschijnselen en –bezwaren
• Plotselinge haaruitval
• Stimuleren van de eetlust
• Regelen van het gewicht Beschermen tegen ziektes en infecties
• Normaliseren de seksuele functies
• Bevorderen van gezond weefsel, een gezonde huid en de haargroei
• Versnellen van de stofwisseling

Overige gebruikte literatuur

Jaap Kerkvliet, Honingcursusboek, p. 42-43,